St.-Ambrosius over Psalm 1.

Uit het commentaar van de heilige Ambrosius, bisschop van Milaan ( †397), op psalm 1
Mijn geest zingt voor U, mijn verstand zingt voor U.
Wat is er aangenamer dan een psalmlied? David zelf zegt het zo mooi: ‘Looft nu de Heer, het is goed Hem te prijzen, bezingt onze God, alle lof komt Hem toe’ (Ps. 147A (146), 1). Het is waarlijk zo. Een psalm is namelijk een zegen, uitgesproken door het volk, een loflied voor God, door de mensen aangeheven. Het is een juichkreet van allen, de taal van heel het mensdom. Het is de stem van de kerk, de welluidende belijdenis van het geloof, de volkomen rechtzinnige overgave van het hart, de vreugde van de vrijheid, een uitroep van opperste genoegen, een jubel van blijheid. Een psalmlied doet de toorn bedaren, verjaagt de kommer en verlicht het verdriet. Een psalm biedt beschutting in de nacht en belering overdag. Hij is een schild voor wie vrezen, een feest voor de rechtschapenen, een beeld van rust, een waarborg van vrede en eendracht. Zoals een citer bundelt hij verschillende ongelijke klanken tot één lied. Psalmen klinken op bij het ochtendgloren en galmen uit in de avondstond.
In een psalmlied wedijveren belering en bevalligheid met elkaar. Wij zingen het voor ons genoegen en leren het voor onze onderrichting. Welk een rijkdom ontmoet je niet bij het lezen van de psalmen! Als ik daar lees: ‘Een minnedicht’ (Ps. 45 (44), 1), ontvlamt in mij het verlangen naar heilige liefde. In de psalmen ontdek ik de genade van de openbaring, het getuigenis van de opstanding, de gaven van het beloofde heil. Ik leer er het kwaad te vermijden en mij niet te schamen over het uitboeten van mijn zonden.
Wat is een psalm anders dan een muziekinstrument van de godsvrucht, dat door de profeet getokkeld wordt met het plectrum van de heilige Geest, om de zoetheid van heerlijke hemelse klanken op de aarde te laten weerklinken? Met snaren en strengen - dat zijn resten van dode dieren - weeft hij het samenspel van ongelijke klanken tot een melodie, om een loflied voor God ten hemel te laten opstijgen. Tegelijk leert hij ons dat wij eerst moeten sterven aan de zonde, om dan pas in ons leven het samenspel van diverse goede daden te weven, waardoor het bevallige lied van onze godsvrucht opklimt tot de Heer.
David heeft ons geleerd dat wij van binnen, in ons hart, psalmen moeten zingen, zoals ook Paulus zong toen hij schreef: ‘Het is zaak te bidden met mijn geest maar ook met mijn verstand, Gods lof te zingen met mijn geest maar ook met mijn verstand’ (1 Kor. 14, 15). Bovendien leert de heilige profeet David dat wij ons leven en ons handelen moeten richten naar de beschouwing van hogere waarden, om te vermijden dat het genot van het aangename zingen de hartstochten van het lichaam opwekt, waardoor onze ziel niet verlost wordt maar bezwaard. Hij verklaart namelijk dat hij psalmen zingt voor de verlossing van zijn ziel, als hij zegt: ‘Dan zal ik bij harpspel uw trouw bezingen, met citerspel Israëls Heilige loven. Mijn lippen zullen U jubelend eren, mijn geest zingt voor U die mij hebt verlost’ (Ps. 71(70), 22-23).

Het vernieuwde ONZE VADER zingen

De toonzetting is voor iedereen vrij te gebruiken.

Je vindt hier de noten van de melodie en een versie met eenvoudige begeleiding. Tevens kun je hier de nieuwe toonzetting beluisteren, gezongen door Sonja Roskamp.

 

Bisschop van Rome, Paus Franciscus, niet gelukkig met de nieuwe Duitse vertaling van het ONZE VADER. 

Paus Franciscus staat achter de Franse versie van het Onzevader, maar is naar eigen zeggen niet onverdeeld gelukkig met de nieuwe Duitse vertaling.

In een interview met de Italiaanse katholieke tv-zender TV2000 heeft paus Franciscus zich laten ontvallen niet onverdeeld gelukkig te zijn met de nieuwe Duitse en Italiaanse vertaling van het Onzevader. Daarin wordt voortaan gebeden om niet in verzoeking gebracht (in het Duits: führe uns nicht in Versuchung) te worden. Dat is geen goede vertaling van het door Jezus Christus onderwezen gebed, legt de paus uit.

Franciscus, die onderstreepte op persoonlijke titel te spreken, kon zich wel vinden in de Franse liturgische vertaling. Daarin bidden de Franstalige katholieken sinds de officiële invoering van de nieuwe vertaling op de eerste adventszondag (3 december) gebeden om niet in bekoring gebracht te worden (letterlijk: sta niet toe dat wij in bekoring komen).

Volgens de paus ligt het verschil tussen beide vertalingen in het feit dat in de eerste vertaling de indruk wordt gewekt dat God ons op de proef stelt, terwijl de Franse vertaling duidelijk maakt dat het Satan is die ons in verleiding brengt. Volgens de paus sluit die vertaling ook dichter aan de bij evangelisten Lucas en Matteus.

Bron: KNA/I.Media. Hoe zit dat met de vertaling in het NL? 

In zijn brief aan de Galaten schrijft Paulus: 'Vertelt u eens, u wilt u onderwerpen aan de Wet, maar luistert u wel naar de Wet?' (Galaten 4,21) Paulus wil zeggen: kent u de Wet wel?

Ora et labora, Er zullen maar weinig Nederlanders zijn die deze latijnse woorden niet kunnen vertalen. Waar ze vandaan komen is niet bekend. Wel worden ze gezien als sterk verwant aan de Regel van Sint Benedictus, de monnik die het kloosterleven van het Midden-Oosten in West Europa wortel deed schieten. Het eerste klooster was dat van Monte Cassino in Italië. naar het Westen bracht. In de loop van de tijd werd Ora et Labora als een beknopte samenvatting gezien van die regel. Later is daar  'lege' aan toegevoegd (verwijzend naar Galaten 4,21: Luistert u wel naar de Wet')  en weer later 'et invenies'  (verwijzend naar Matteüs 11, 25 - 30: ''kom naar Mij... dan zullen jullie werkelijk rust vinden'). Het is goed wanneer in onze tijd het lezen van de Schriften en het her-lezen van de Schriften wordt aanbevolen. Spiritualiteit vraagt studie.  

 

Kerklerares Teresa van Avila durfde lange tijd niet te bidden zonder boek.

Kerklerares Teresa van Avila durfde lange tijd niet te bidden zonder boek.

De Geheimen van de Rozenkrans. Wat de theoloog Erik Borgman er over schrijft.

ONS LATEN OMVATTEN EN LATEN DOORDRINGEN DOOR GOD

In de zestiende en de zeventiende eeuw raakten katholieken in onze streken ook hun kerken kwijt. Deze werden met steun van de overheid overgenomen door mensen die er een andere lezing van de Bijbel en een nieuwe interpretatie van de werkelijkheid op na hielden en die die van katholieken op z'n best als achterlijk beschouwden, maar vaker nog als gevaarlijk en ketters. Nadat eerder het protes- tantisme illegaal was geweest, was het nu verboden als katholieken samen te komen. Er waren geen eigen kerkgebouwen meer, en maar weinig voorgangers om de gemeenschap bij elkaar te brengen, met hen liturgie te vieren en hen te onderrichten, hun kinderen te dopen en hun doden te begraven. Het katholicisme overleefde door een combinatie van diplomatie en eigenwijsheid. Katholieken hielden vast aan hun geloof. Niet zelden wisten zij te bereiken dat het praktiseren ervan oogluikend werd toegestaan, als het maar niet te veel in de gaten liep. Zij richtten gebeds- ruimten en kapellen in op zolders en in schuren. Wanneer er een rondtrekkende priester in de buurt was, waarschuwden zij elkaar en kwamen zij samen voor de viering van de eucharistie. In de tussentijd hielden zij in huiselijke kring het besef levend dat wat hun tegenstanders ook dachten, de aarde en haar bewoners niet aan de machthebbers, maar aan God toebehoren.

Een belangrijk hulpmiddel hierbij was de rozenkrans. De rozenkrans is in de vorm waarin deze nog altijd bekend is in de late middeleeuwen ontstaan. Maar na de reformatie, op plaatsen en in tijden dat het katholicisme hooguit half legaal was, bleek een kralensnoer dat gemakkelijk in de zak van een broek of schort paste en waarmee onder allerlei omstandigheden gebeden kon worden, een uitkomst. Degene die de rozenkrans bidt, zo is het idee, laat zich raken door, en meenemen met wat er in Jezus leven gebeurde, in het spoor van diens moeder Maria. De rozenkrans wordt door de gebruikers ervan vaak ervaren als een zowel vertrouwd als heilig voorwerp. Hij is als het ware een draagbaar heiligdom, een ruimte waar degene die hem bij zich draagt, zich te allen tijde in kan voegen. Al in de late middeleeuwen zijn er afbeeldingen van mensen die een rozenkrans om hun nek dragen om er zich ook fysiek door te laten omvatten. In veel landen met een katholieke cultuur is het tegenwoordig gebruikelijk een rozenkrans aan de binnenspiegel van de auto te hangen. Hij is dan een materieel geworden gebed om bescherming van de inzittenden. In bepaalde kringen is het vandaag de dag zelfs mode een rozenkrans op het lichaam te laten tatoeëren en er zo onlosmakelijk mee verbonden te zijn.

De rozenkrans is een snoer van kralen. Bij elk ervan wordt een gebed gezegd, meestal een onzevader of een weesgegroet. Er wordt onder degenen die zichzelf als verlichte gelovigen beschouwen, nogal eens neergekeken op de rozenkrans met zijn eindeloze en schijnbaar zielloze herhaling van steeds weer dezelfde gebeden. De bedoeling is echter dat tijdens deze herhaling telkens een zogenoemd geheim overwogen wordt, een aspect van het leven van Jezus of Maria, zodat de betekenis –ervan aan het licht komt voor de eigen situatie van degene die bidt. Uit ervaring weet ik dat wandelen met de rozenkrans in de zak, zacht voor je heen steeds weer de woorden herhalend van de zo vanzelf vertrouwd wordende gebeden en je telkens een geheim voor de geest halend, kan leiden tot het geleefde inzicht dat ook hier God inderdaad bij de men- en woont en dat zijn aanwezigheid ook dit leven nu omvat en doordringt. Er zijn ook andere technieken bedacht om de geheimen van de rozenkrans te overwegen, die voor sommigen beter werken. Eeuwenlang kende de rozenkrans vijftien geheimen. Deze hadden wel betrekking op Jezus' geboorte en op zijn lijden en dood, maar nauwelijks op zijn leven. In 2002 heeft paus Johannes Paulus II in de apostolische brief Rosarium virginis Mariae vijf geheimen aan de rozenkrans toegevoegd die vooral aan momenten uit Jezus' leven herinneren.

Met behulp van welke techniek ze ook precies overwogen worden, de geheimen van de rozenkrans kunnen nog steeds helpen Gods blijvende nabijheid en betrokkenheid bij het alledaagse leven aan het licht te brengen. Zoals een kerkgebouw dat doet.

VERBLIJVEN IN GOD LIEFDE

Bij de zogenoemde blijde geheimen van de rozenkrans wordt overwogen hoe - eerste geheim – de engel Gabriël Maria de boodschap verkondigt  dat zij zwanger zal worden en een zoon zal baren die zij de naam Jezus moet geven (Lucas 1,31) Er is  het initiatief van Godswege om de wereld niet aan haar situatie van strijd en isolement over te laten, de toezegging van hernieuwde en intieme betrokkenheid. Deze betrokkenheid leidt er niet alleen toe dat de heilige Geest over Maria komt en kracht van de Allerhoogste haar overschaduwt, maar heeft er ook voor gezorgd dat haar nicht Elisabeth zwanger is geworden, hoewel zij al oud is en als onvruchtbaar werd  beschouwd. Met haar door Gods betrokkenheid gewekte openheid ziet Maria dat dit niet alleen een groot geluk is, maar dat Elisabeth bij deze ingrijpende gebeurtenis behoefte zal hebben aan fysieke nabijheid van een verwante. Zij haast zich -- tweede geheim - naar Elisabeth toe (Lucas 1,39). Het nieuwe begin dat Gods presentie in Jezus betekent, is in al zijn realiteit in hoge mate verborgen. Jezus wordt – derde  geheim - in Bethlehem in een stal geboren (Lucas 2,6-7), onzichtbaar voor wiens blik blijft hangen bij de dingen die volgens de gebruikelijke criteria van belang zijn, te midden van een volksverhuizing die door de controledrift van de machthebbers wordt veroorzaakt. Maria en Jozef dragen -- vierde geheim --  hun kind aan God op zoals dit volgens de Joodse wet bij een oudste zoon behoort (Exodus 13,2). Zij krijgen hier- bij te horen dat in hem Gods licht voor alle volkeren opgaat en dat Hij de lang verhoopte bevrijding zal bewerken (Lucas 2,29-32.38). Wanneer Jezus als twaalfjarige voor het eerst met zijn ouders naar de tempel gaat. blijft Hij daar buiten hun medeweten achter om met de leraren te discussiëren. Zij vinden hem - vijfde geheim -- daar terug, bezig met wat Hij nadrukkelijk de 'dingen van mijn Vader' noemt (Lucas 2,49)          

Langs deze weg kan duidelijk worden dat er in onze alledaagse, schijnbaar geheel doorzichtige en van elk mysterie ontdane wereld een ver borgen geschiedenis plaatsvindt. Deze geschiedenis is gemakkelijk over het hoofd te zien, maar is het eigenlijke centrum van alles. Dit centrum wordt slechts waargenomen door wie met nieuwe ogen kijkt en met nieuwe oren hoort. Het is in zijn verborgenheid tegelijkertijd ten volle een dimensie van onze wereld: verborgen in het ‘ja’ van mensen tegen wat onverwacht van hen wordt gevraagd, in de nabijheid die zij bieden wanneer ze de nood herkennen, in kinderen die buiten de schijnwerpers en onder moeilijke omstandigheden geboren en verwelkomd werden, in mensen die in kinderen het geschenk van de toekomst herkennen en in kinderen die zich losmaken van de verwachtingen van hun ouders omdat zij weten dat zij een eigen roeping hebben. Dat is het bouwmateriaal van het heiligdom waarin God onder ons geëerd wil worden “Dit is de tent van God bij de mensen!' (Openbaring 21,3).  

Bij de geheimen van het licht die paus Johannes Paulus II aan de rozenkrans heeft toegevoegd, gaat de aandacht uit - eerste geheim - naar Jezus’doop door Johannes in de Jordaan, waarbij de heilige Geest op hem neerdaalt en een goddelijke stem uit de hemel hem tot geliefde Zoon uitroept (Matteüs 3,13-17; Marcus 1,9-11; Lucas 3,21-22). Wie wil weten wie of wat God is, moet Jezus' leven voor ogen houden, en wie in de ruimte van Gods Geest wil leven, moet hem in zijn leven navolgen. Vervolgens wordt overwogen -- tweede geheim -- hoe dankzij Jezus bij de bruiloft te Kana het water dat bedoeld is voor de rituele reiniging, verandert in de wijn die de feestvreugde vergroot (Johannes 2,1-10). Het lang verhooppte bruiloftsfeest dat God en zijn mensen intiem met elkaar verbindt, is definitief begonnen. Jezus' verkondiging van - derde geheim - de nabijheid van het rijk van God (Matteüs 4,7; Marcus 1,15; Lucas 6,20) maakt ons tot ontvangers van Gods doorbrekende toekomst, dwars door alle tegenslag en catastrofe, alle teleurstelling en cynisme, alle pech en obstructie heen. Zijn gedaanteverandering op de berg -- vierde geheim --. Waar Hij  in gezelschap van Mozes en Elia verschijnt, en de goddelijke stem hem nog eens tot Zoon uitroept (Matteüs 17,1-8; Marcus 2,2-8; Lucas 9,28-37), verbeeldt dat in Jezus' handelen en spreken, in het bijzonder in zijn lijden en dood die voor de deur staan, alles wordt samengevat en geconcentreerd wat in de bijbelse tradities eerder over Gods liefdevolle betrokkenheid is gezegd. Jezus' woorden bij brood en beker aan het laatste avondmaal -- vijfde geheim -- maken duidelijk dat in hem God zich zonder reserve verbindt met onze geschiedenis van vreugde en hoop, maar ook van verdriet en angst, onderdrukking en lijden, ondergang en dood: 'Dit is mijn lichaam (...) Dit is mijn bloed' (Matteüs 26,26-28; Marcus 14,22-24; Lucas 22,19-20).

Er bestaat geen menselijke ervaring, zo schreven emeritus paus Benedictus XVI en paus Franciscus in 2013 in hun gezamenlijke encycliek Lumen Fidei, er is 'geen weg van de mens naar God, die niet in [het] licht van het geloof in Christus opgenomen, verlicht en gelouterd zou kunnen worden: Ook onze mislukkingen niet, ook onze pijn en onze wanhoop niet, ook ons sterven of het langzaam maar onherroepelijk uitdoven van onze geest door dementie niet. In Jezus’lijden en dood wordt het allemaal in Gods aanwezigheid opgenomen. In Jezus Christus kan er dus geen situatie bestaan waarin het onmogelijk is kerk te zijn. 'Niet jullie hebben Mij, maar Ik heb jullie uitgekozen, zegt  Jezus tegen zijn eerste groep leerlingen en tot iedereen die na hen komt (Johannes 15, 16).  In welke situatie wij ons ook verkeren, we hoeven alleen maar verbonden te blijven met Gods verbondenheid met ons. Zoals die in Jezus is verschenen: “Blijf in mijn liefde”  (Johannes 15,9). In en vanuit deze liefde kunnen wij elkaar liefhebben: “Dit is mijn gebod: dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad' (Johannes 15,12). Zo zal zich een weg blijken te wijzen voor wie hem gaan.

 HET LICHT VAN DE VOLKEREN WEERSPIEGELEN  

De droevige geheimen van de rozenkrans ontvouwen Jezus' solidariteit met het lijden en de ondergang die onze wereld tekenen. Verbeeld wordt - eerste geheim hoe Hij in doodsangst bidt dat het gevreesde lijden toch niet komt, zoals zovelen, en zo deze solidariteit tot het uiterste ge- heel en al op zich neemt. Verbeeld wordt -- tweede geheim -- hoe Hij gegeseld wordt, naar willekeur gebruikt door Pilatus, die koste wat kost aan de macht wil blijven, zoals tallozen door talloze machthebbers worden misbruikt. Verbeeld wordt derde geheim -- hoe Hij om zijn machte- loosheid belachelijk wordt gemaakt en wordt weggezet als een mislukkeling die er geen enkele aanspraak op kan maken serieus te worden genomen, zoals dit zo vaak gebeurt, bij zovelen. Verbeeld wordt -- vierde geheim hoe Hij ondanks alles zijn lot zelf draagt en op zich neemt en er niet slechts passief aan ten prooi valt, zoals opmerkelijk velen in wie ondanks alles een glimp zichtbaar is van de God die hen schiep en bleef liefhebben. Verbeeld wordt ten slotte -- vijfde geheim hoe Hij sterft, de overlevenden achterlatend met de vraag of in zijn geschiedenis nu onze uiteindelijke godverlatenheid zichtbaar is geworden, of dat er zich iets anders in aankondigt. Overgave, neemt de evangelist Lucas waar: 'Vader. in uw handen beveel lk mijn geest' (Lucas a3,46). De evangelist Johannes presenteert Jezus' dood zelfs als het begin van zijn overwinning: 'Het is volbracht' (Johannes i9,30). Het 'Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij in de steek gelaten' waarmee Jezus volgens de evangelies van Matteüs (27,46) en Marcus (15,34) stierf, is het begin van psalm 22. Verderop heet het daar dat God geen afschuw en geen ‘verachting’ kent voor het ongeluk van de ongelukkige (Psalm 22,25)  

Naar het hiermee gegeven perspectief gaat de aandacht uit bij de overweging van de glorievolle geheimen. De banden van de dood – eerste geheim -- kunnen Jezus niet vasthouden, maar Hij breekt eruit en staat op uit het graf. Daarin is Hij de eerstgeborene van vele zusters en broeders schrijft de apostel Paulus (Romeinen 8,21), en zo het hoofd van de nieuwe gemeenschap die God in hem door de Geest samenroept (Kolossenzen 1,18). Degenen met wie Hij zich verbonden heeft in zijn leven en sterven delen nu  in zijn overwinning. Hij krijgt -- tweede geheim -- de eer die hem toekomt wanneer Hij door God in de hemel wordt opgenomen. (Lucas 24,51; Handelingen 1.9). Zo wordt wat eerder zijn nederlaag leek, zichtbaar als Gods oordeel over en doorbraak van het kwaad dat in de wereld heerst. De goddelijke Geest die Maria overschaduwde en die op Jezus neerdaalde, wordt -- derde geheim -- gegeven aan zijn leerlingen en aan al degenen die hen zullen volgen. 'Wie in mij gelooft” zegt Jezus in het Johannes-evangelie, 'zal de daden die lk verricht, ook zelf verrichten; ja nog grotere zal hij verrichten' (Johannes 14,12). Diens lot zal ook het lot van Jezus zijn. Jezus' moeder Maria wordt -- vierde geheim -- in de hemel opgenomen 'met ziel en lichaam' en wordt - vijfde geheim – in de hemel gekroond. Zo wordt verkondigd dat het perspectief van de mensheid in Jezus de Gezalfde goddelijk is en dat dit perspectief al voluit bezig is zich te realiseren.

Op het Tweede Vaticaans Concilie formuleerden de verzamelde bisschoppen aan het begin van Lumen gentium: Omdat Christus het Licht van de volkeren is, is het het vurig verlangen van deze heilige, in de heilige Geest verzamelde kerkvergadering, alle mensen te verlichten met zijn heerlijkheid, die zich op het gelaat van de kerk weerspiegelt, door het evangelie te verkondigen aan alle schepselen 

Deze opdracht geldt niet alleen voor het concilie - dat zichzelf hier 'deze heilige, in de heilige Geest verzamelde kerkvergadering' noemt , maar voor de hele kerk in de loop van haar geschiedenis. Het is haar opdracht het evangelie te verkondigen door het licht van de Gezalfde Jezus te weerkaatsen. Dit wil zeggen dat er steeds weer naar vormen gezocht moet worden die zichtbaar maken hoe wij midden in ons dagelijks

bestaan worden gevoerd naar de glans van het volle leven waartoe wij geschapen zijn en waarnaar we verlangen. Hiertoe moet de kerk dat licht opvangen op de plaatsen waar het meestal niet verwacht wordt, maal wel blijkt te zijn. Waar het licht van de volkeren weerspiegeld wordt, roept de Verrezene opnieuw op om kerk te vormen. Dat kan overal zijn.: Bijvoorbeeld wanneer je de hond uitlaat. Hij was jaren geleden de muziekleraar van een van mijn dochters en hij betwijfelde of ik mij hem nog zou kunnen herinneren, zo schreef hij in zijn e-mail. Maar hij wilde zijn verhaal graag delen. Hij schreef hoe hij ongeveer een jaar eerder tijdens het uitlaten van de hond een buitenlands ogende man tegen het lijf was gelopen. Het bleek een vluchteling uit Oost-Europa die, na verblijf in verschillende asielzoekerscentra, bii het generaal pardon van 2007 een verblijfsvergunning had gekregen. De partner die hij in de tussentijd had opgedaan en met wie hij twee kinderen had, was echter op een bepaald moment met de kinderen van haar bed gelicht en na een tijdje in de cel onvoorbereid naar Armenië gedeporteerd. Mijn vage kennis is ook jurist en ging zich in de zaak verdiepen. Hij vatte nuchter samen:

Er is met betrekking tot de situatie van de kinderen veel gebeurd in dat jaar. Om het meest schrijnende te noemen: de moeder is om het leven gekomen, en de kinderen kwamen onder zeer erbarmelijke omstandigheden te leven. Het is onmogelijk hier een volledig verslag te doen, maar uiteindelijk is het ons na bijna een jaar van documenten verzamelen en veelvuldig contact met de IDN gelukt hen legaal naar Neder- land (terug) te halen. Vorige maand op een zaterdag laat heb ik hen persoonlijk op Schiphol opgehaald.

 Hiermee had hij zijn roeping gevonden, zo schreef hil. Hiervoor wilde hij zich voortaan inzetten, en dit verlangen had voor hemzelf onmiskenbaar een religieuze grondslag. Of ik wist wie hem hierbij zou kunnen helpen. In geschiedenissen als deze wordt de kerk gevraagd opnieuw geboren te worden. Zo blijft zij bestaan.

Borgman, Erik. Waar blijft de kerk. Gedachten over opbouw in tijden van afbraak. Baarn 2015. p.50 – p.56

Zie ook: Boekenpagina: Lege - Lees