Blog

20. jun, 2015

Laudato si’ in twintig passages

Hieronder twintig opvallende passages uit Laudato si’, de tweede encycliek van paus Franciscus. Voor het eerst heeft een paus dit medium gewijd aan de ecologie. De aanleiding daarvoor was de alarmerende berichtgeving over de impact van de klimaatverandering.

“Sint-Franciscus helpt ons inzien dat een integrale ecologie vereist dat we openstaan voor categorieën die de taal van wiskunde en biologie overstijgen en die ons brengen naar de kern van wat menselijk is. Steeds als Franciscus naar de zon en de maan staarde, of naar het allerkleinste diertje, hief hij een lied aan, zoals wij zouden doen als we op iemand verliefd zijn.” (par.11)

“Aangezien alle schepselen met elkaar verbonden zijn, moeten ze alle worden gekoesterd met liefde en respect. Want wij als levende schepselen zijn van elkaar afhankelijk.” (par. 42)

“In plaats van de problemen van de armen op te lossen en erover na te denken hoe de wereld veranderd kan worden, komen sommigen slechts met het voorstel om het geboortecijfer te laten afnemen.” (50)

“Door alles te wijten aan de bevolkingsgroei in plaats van aan een extreem en selectief consumentisme door enkelen, weigert men de problemen onder ogen te zien. Het is een poging om het huidige verdelingsmodel te legitimeren, waarbij een minderheid meent het recht te hebben om te consumeren op een wijze die niet te veralgemeniseren is, omdat de planeet niet in staat is om het afval van een dergelijke consumptie op te slaan.” (50)

“Ook al postuleren we een evolutieproces, de mens bezit een uniciteit die niet volledig verklaard kan worden door de evolutie of andere open systemen.”(81)

“Het Bijbelse idee van schepping nodigt ons uit om iedere mens te beschouwen als een subject dat nooit kan worden gereduceerd tot de status van een object.” (81)

“Aangezien alles met elkaar is verbonden, is natuurbescherming ook niet verenigbaar met de rechtvaardiging van abortus. Hoe kunnen we op authentieke wijze het belang van de bescherming van kwetsbare wezens verdedigen (…), als we niet eens een menselijk embryo kunnen beschermen?” (120)

“Als mensen zichzelf centraal stellen geven ze absolute voorrang aan direct gemak, waardoor al het andere betrekkelijk wordt. Daarom zouden we ons niet moeten verbazen over de opkomst van het relativisme, dat in overeenstemming is met het alomtegenwoordige technocratische paradigma en de cultus van de onbeperkte macht van de mens. Dit relativisme beschouwt alles als irrelevant zolang het niet dienstbaar is aan de eigen directe belangen.” (122)

“De cultuur van het relativisme is dezelfde stoornis die personen aanzet om anderen te misbruiken, om anderen slechts als objecten te behandelen door hen tot onbetaalde arbeid te dwingen of tot slaaf te maken door hun schulden af te betalen. Hetzelfde denken leidt tot de seksuele exploitatie van kinderen en het verlaten van de ouderen die niet meer onze belangen kunnen dienen.” (123) 

“Een consumentistische visie, versterkt door de mechanismen van de hedendaagse geglobaliseerde economie, heeft een nivellerend effect op culturen, wat ten koste gaat van de enorme diversiteit van het erfgoed van de mensheid.” (144)

“We weten dat de technologie die is gefundeerd op het gebruik van zwaar vervuilende fossiele brandstoffen– vooral kolen, maar ook olie en in mindere mate gas – in toenemende mate en zonder uitstel moet worden vervangen.” (165)

“Het terugdringen van broeikasgassen vereist eerlijkheid, moed en verantwoordelijkheidsbesef, vooral bij die landen die het machtigste zijn en die de grootste vervuilers zijn.” (169)

“Hoe leger iemands hart is, hoe meer hij of zij de behoefte heeft om te kopen, te bezitten en te consumeren. Het wordt dan bijna onmogelijk om de grenzen te accepteren die de realiteit oplegt. Tegen deze horizon verdwijnt een authentiek gevoel voor het algemeen welzijn.” (204)

“Een levensstijl die voortkomt uit een obsessief consumentisme, vooral bij mensen die het zich kunnen veroorloven in dit gedrag te volharden, kan alleen maar leiden tot geweld en wederzijdse vernietiging.” (204)

“Toch is niet alles verloren. Hoewel de mens tot het ergste in staat is, is ook in staat om boven zichzelf uit te stijgen en wederom te kiezen voor het goede, een nieuwe start te maken, ondanks zijn mentale en sociale conditionering.” (205)

“Alle christelijke gemeenschappen dienen een belangrijke rol te spelen bij de ecologische opvoeding.” (214)

“Christelijke spiritualiteit biedt een alternatief begrip van de kwaliteit van het leven. Ze moedigt aan tot een profetische en contemplatieve levensstijl, een levensstijl die vervuld is van diepe vreugde, vrij van de obsessie voor consumeren. We moeten lering trekken uit een oude les, die wordt aangetroffen in verscheidene religieuze tradities en ook in de Bijbel. Het gaat om de overtuiging: ‘minder is meer’.” (222)

“Sint-Teresia van Lisieux nodigt ons uit om de kleine weg van liefde in praktijk te brengen: om geen gelegenheid voorbij te laten gaan om naar iemand te glimlachen of een klein gebaar te maken dat vrede en vriendschap zaait. Een integrale ecologie bestaat ook uit het dagelijks maken van eenvoudige gebaren die breken met de logica van geweld, uitbuiting en egoïsme.” (230)

“Vooral in de Sacramenten heeft God de natuur verheven als medium tot de deelname aan het bovennatuurlijke leven. In onze aanbidding van God worden we uitgenodigd de wereld op een ander niveau te omhelzen. Water, olie, vuur en kleuren krijgen in onze liturgie hun volle symbolische kracht en belichaming.” (235)

“Voor de christenen leidt het geloof in de ene God die een drie-ene gemeenschap is, tot de gedachte dat de gehele schepping een trinitair merkteken draagt.” (239)